Veelgebruikte argumenten

Deel dit met je vrienden

Een goed gesprek

Sommige mensen vinden de roep om verandering onzin, anderen hebben inhoudelijke argumenten. En dan is er ook nog de categorie: “Het gaat toch goed?” “Je moet niet alles geloven wat je hoort!”

Wat kun jij aandragen als je in een discussie belandt met mensen?
Daarvoor hebben wij een aantal zaken op een rijtje gezet. Hieronder lees je een aantal argumenten tegen die noodzakelijke transitie, en een idee voor een antwoord. Zo kun je beter je mening vormen en sta je in een volgend gesprek wat steviger!

Deze lijst blijven we uitbreiden. Suggesties zijn welkom via onze contactpagina.

Welvaart beter meten

Wat men beweert:
Doordat er rijke mensen zijn, die investeren en bedrijven oprichten, ontstaan er heel veel banen voor iedereen. Het is niet slim om deze rijke mensen meer belasting te laten betalen, want dan vertrekken ze en verdwijnen alle banen.

In het kort:
De rijke mensen in de wereld zijn op dit moment zo exorbitant rijk, dat ze niet weten wat ze met hun geld moeten. En ze worden ook steeds rijker. Sterker nog: hun vermogen groeit veel sneller dan dat van alle andere mensen. Het zijn dus vooral de rijke mensen die profiteren van de rest.

Nederland behoort tot de landen met de grootste verschillen in vermogen. Tien procent van de bevolking bezit maar liefst 68 procent van het totale vermogen; onder de rijke landen is alleen in de Verenigde Staten die ongelijkheid nog groter. Inkomens zijn de laatste veertig jaar, gecorrigeerd voor inflatie, gemiddeld niet gestegen, terwijl het BNP in die tijd is verdubbeld. We profiteren dus niet niet van de economische groei met z’n allen. In de ranglijst van landen van de OESO, de ‘club van rijke landen’, zijn er maar liefst 17 Europese landen waar de inkomensongelijkheid kleiner is dan in Nederland. De armste 10% van de bevolking is er de laatste dertig jaar 30% op achteruit gegaan waardoor bijvoorbeeld meer dan 10% van de kinderen in relatieve armoede opgroeit en overal in het land voedselbanken hard nodig zijn.

De New York Times kwam in 2017 met een interessante grafiek. Hier is te zien dat de groei in inkomens rond 1980 veel eerlijker verdeeld was dan in 2014. De rijkste mensen zien in de laatste 34 jaar hun inkomen steeds makkelijker stijgen. De armste Amerikanen blijven op 0 procent. Als het Trickle Down effect al bestond, is het nu in ieder geval stuk.

Wat men beweert:
De economische welvaart was nog nooit zo hoog in de moderne geschiedenis. Mensen moeten zich realiseren dat ons onderwijs, onze gezondheidszorg en onze veiligheid daarom zo goed zijn.

In het kort:
De welvaart, gemeten in BBP, is inderdaad alsmaar aan het groeien. Het is echter de vraag of welvaart en welzijn van alle mensen in gelijke snelheid meegroeit. De inkomensverschillen groeien en daarmee samenhangend hebben – ook in welvarende landen – nog steeds grote groepen mensen geen toegang tot onderwijs, goed onderdak of zorg. Het ‘besteedbaar inkomen’ van Nederlandse huishoudens staat al 40 jaar stil.

Het klopt dat de “welvaart”, gemeten in BBP sinds de vorige eeuw enorm is toegenomen. Wereldwijd groeide de BBP per inwoner van $ 2.850 in 1980 naar $ 11.460 in 2019.

Groei GDP per Capita, bron IMF

Een paar kanttekeningen

Het BBP (of het nationaal inkomen) is slechts een optelling van geldwaarden, geen maatstaf voor het welzijn of welbevinden van mensen. We brengen deze onderliggende indicatoren niet goed – of niet structureel – in kaart als we het over welvaart hebben. En economische groei zoals gemeten door het BBP geeft een verkeerd beeld vanwege de grote inkomensongelijkheid; wie profiteert uiteindelijk van die economische groei? Voor zover groei van het BBP gepaard gaat met groei van de consumptie, moet men zich afvragen in hoeverre toename van consumpties boven het niveau van basisbehoeften nog iets toevoegt aan het welzijn. Als tegelijkertijd met BBP-groei sprake is van ecocide en van uitputting van hulpbronnen moet men zich afvragen wiens welvaart en welzijn daarmee gediend zijn.

Sociale en milieukosten van voortbrenging van goederen en diensten waaraan geen monetaire transacties zijn verbonden worden niet in rekening gebracht. Dit worden daarom ook wel ‘externaliteiten’ genoemd.

Externaliteiten staan onder druk

Als juist datgene wat we niet goed meten onder druk staat, kun je dan spreken van toename van welvaart? 100 jaar geleden kon men nog uit verschillende rivieren drinken. Nu is milieuvervuiling en afval een grote bedreiging voor ons welzijn. Door deze, en andere, indicatoren mee te nemen in het meten van welvaart, ontstaat een beter beeld.

Besteedbaar inkomen groeit nauwelijks

Begin 2018 komt de Rabobank met een belangwekkend rapport. Het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens is sinds 1977 nauwelijks toegenomen. De afgenomen huishoudgrootte verklaart een deel van de stagnatie, maar belangrijker is dat de groei van het inkomen sinds 1977 sterk is achtergebleven bij de economische groei.

Ze stellen dat een gemiddeld huishouden uit 2014, gecorrigeerd voor inflatie, vrijwel hetzelfde besteedbaar inkomen heeft als een huishouden uit 1977. Een deel van de stijging van het nationaal inkomen komt terecht bij de overheid, maar het grootste deel bij bedrijven, en dan met name multinationals.


Deel dit met je vrienden