Veelgebruikte argumenten

Deel dit met je vrienden

Een goed gesprek

Sommige mensen vinden de roep om verandering onzin, anderen hebben inhoudelijke argumenten. En dan is er ook nog de categorie: “Het gaat toch goed?” “Je moet niet alles geloven wat je hoort!”

Wat kun jij aandragen als je in een discussie belandt met mensen?
Daarvoor hebben wij een aantal zaken op een rijtje gezet. Hieronder lees je een aantal argumenten tegen die noodzakelijke transitie, en een idee voor een antwoord. Zo kun je beter je mening vormen en sta je in een volgend gesprek wat steviger!

Deze lijst blijven we uitbreiden. Suggesties zijn welkom via onze contactpagina.

Groei en GDP (BNP)

Wat men beweert:
Bedrijven die een gezonde winst maken, hebben zo ook meer financiële ruimte om goed voor het milieu en hun personeel te zorgen. En wat is er mis met een beetje geld verdienen aan mooie spullen maken?

In het kort:
Een steeds groter deel van de financiële transactie – en de bedrijven die daar geld aan verdienen – hebben geen betrekking meer op ‘het maken van producten’. Juist beleggers en handelaren verdienen aan korte-termijn transacties, waarmee ze eigenlijk waarde onttrekken aan de echte economie.

Wat kan er nou mis zijn met het streven naar een goed rendement? Een belangrijk probleem hierbij zit ‘m in het feit dat voor de grotere ondernemingen het voordeel niet naar de werknemers gaat, maar naar de aandeelhouders. Doordat aandeelhouders steeds makkelijker en sneller hun beleggingen kunnen veranderen, hebben ze weinig interesse in de lange termijn van bedrijven. Ze maken hoge winsten door kostenreducties te eisen, door herinvesteringen uit te stellen en door aandelen terug te kopen en zo de marktwaarde van aandelen op de korte termijn te laten stijgen. Bedrijven die groeien doen het ‘goed’.

Steeds meer zien we dat de transacties van aandeelhouders, investeerders en financiële dienstverleners helemaal niet meer gaan om het financieren van bedrijven. De financiële markten zijn steeds meer losgekoppeld geraakt van de ‘echte’ economie. Kijk bijvoorbeeld naar de situatie in Amerika, waar de financiële sector een steeds groter deel van het GDP voor z’n rekening neemt ten opzichte van fabricage.

Hoe dan wel?

Datgene wat je meet om je succes te bepalen, wordt vanzelf het doel van de onderneming. Dus als je het succes van een onderneming gaat uitdrukken in korte-termijn winst, wordt alles in beweging gezet om dat te maximaliseren. Je ziet dus nu ook instrumenten ontstaan die anders kijken naar het succes van een organisatie. Welke zaken zijn belangrijk voor klanten, voor medewerkers en voor de maatschappij in het algemeen? Denk bijvoorbeeld aan de Economy of Common Goods matrix (in combinatie met SDG’s) of de Scale of Significance.

Categorie: Groei en GDP (BNP)

Wat men beweert:
Veel manieren om welzijn te meten zijn in de praktijk veel te zacht of te ingewikkeld. Het Bruto Binnenlands Product is juist heel precies en betrouwbaar.

In het kort:
Het begrip ‘betrouwbaarheid’ gaat ook over of iets doet wat het moet doen. Je kunt namelijk ook heel precies meten wat je niet hoeft te weten. Met het BBP vertalen we de vraag: “hoe goed gaat het met ons allemaal?” naar een cijfer dat we gebruiken uit de financiële economie. Veel dingen die wij belangrijk vinden (opvoeding, vriendschap, huishoudelijk werk, …) komen echter niet terug in het BBP.

Beter meten is noodzaak

Stel je voor: een vliegtuig met alleen een snelheidsmeter in de cockpit. Dat kan niet lang goed gaan. Daarom wordt er gevlogen met een dashboard met veel meer meetinstrumenten; waarop bijvoorbeeld ook een hoogtemeter zit en een indicator van de hoeveelheid brandstof aan boord. Voor het sturen van onze economie en welvaart is ook een dashboard nodig, want nu staren velen zich nog blind op de groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP), de nationale snelheidsmeter. Om de metafoor maar even door te trekken: als je alleen op deze meter vertrouwt, wordt de kans groter dat je crasht.

De groei van het BBP is een zeer misleidende manier van meten, onder meer omdat de financiële gevolgen van allerlei schades zelfs positief worden meegeteld. Zo groeit het BBP bijvoorbeeld door branden en verkeersongelukken, door het schoonmaken van verontreinigd water, door verwoestende overstromingen, stormen, droogte of te veel regenval waardoor hele oogsten mislukken. Ook de waarde van opvoeding, huishoudelijke werk en ander vrijwilligerswerk tellen in het BBP niet mee. Maar als we een zachte winter hebben, dan daalt het BBP omdat we maar weinig gas hebben verstookt…

Het BBP is ook niet heel nauwkeurig.

Onderzoek naar de onderliggende data van het BBP leert dat we niet moeten vertrouwen op de nauwkeurigheid die het getal lijkt weer te geven. Het exacte moment van vaststellen van een cijfer terwijl de internationale in- en uitstroom doorloopt ligt erg gevoelig. Volgens nieuw wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam komt de data onder het ene cijfer uit een groot aantal nationale en internationale bronnen. Hoe die data verzameld moet worden (rulebook) is sinds 1948 al vijf keer herzien. En als je cijfers van IMF en World Bank met elkaar gaat vergelijken blijkt er regelmatig een flink (paar miljoen dollar) verschil in de twee BBP’s te zitten. Een sluitende verklaring daarvoor ontbreekt nog.

Categorie: Groei en GDP (BNP)

Deel dit met je vrienden