Trickle Down: arme mensen profiteren als de rijken investeren

10 februari 2020

Wat men beweert:
Doordat er rijke mensen zijn, die investeren en bedrijven oprichten, ontstaan er heel veel banen voor iedereen. Het is niet slim om deze rijke mensen meer belasting te laten betalen, want dan vertrekken ze en verdwijnen alle banen.

In het kort:
De rijke mensen in de wereld zijn op dit moment zo exorbitant rijk, dat ze niet weten wat ze met hun geld moeten. En ze worden ook steeds rijker. Sterker nog: hun vermogen groeit veel sneller dan dat van alle andere mensen. Het zijn dus vooral de rijke mensen die profiteren van de rest.

Nederland behoort tot de landen met de grootste verschillen in vermogen. Tien procent van de bevolking bezit maar liefst 68 procent van het totale vermogen; onder de rijke landen is alleen in de Verenigde Staten die ongelijkheid nog groter. Inkomens zijn de laatste veertig jaar, gecorrigeerd voor inflatie, gemiddeld niet gestegen, terwijl het BNP in die tijd is verdubbeld. We profiteren dus niet niet van de economische groei met z’n allen. In de ranglijst van landen van de OESO, de ‘club van rijke landen’, zijn er maar liefst 17 Europese landen waar de inkomensongelijkheid kleiner is dan in Nederland. De armste 10% van de bevolking is er de laatste dertig jaar 30% op achteruit gegaan waardoor bijvoorbeeld meer dan 10% van de kinderen in relatieve armoede opgroeit en overal in het land voedselbanken hard nodig zijn.

De New York Times kwam in 2017 met een interessante grafiek. Hier is te zien dat de groei in inkomens rond 1980 veel eerlijker verdeeld was dan in 2014. De rijkste mensen zien in de laatste 34 jaar hun inkomen steeds makkelijker stijgen. De armste Amerikanen blijven op 0 procent. Als het Trickle Down effect al bestond, is het nu in ieder geval stuk.