De Grote Transitie

Manifest voor een duurzame en solidaire economie

Onze meest urgente opdracht: verduurzaam de voedselketen!

Bij de transitie naar een duurzame voedselketen en voedselzekerheid gaat het onder meer om hogere opbrengsten per hectare, een eerlijker prijs en het verminderen van zowel de productie van vlees en zuivel als afvalverliezen. Om in de toekomst tien miljard monden duurzaam te kunnen voeden, zijn verdeling, voedselcultuur, financiële en institutionele structuren en beleid echter minstens zo belangrijk.

Wij zijn voor onze meest primaire behoeften als voedsel, water, lucht en land volkomen afhankelijk van veerkrachtige ecosystemen. In een prominente studie uit 2009 van het Stockholm Resilience Centre zijn de ecologische grenzen vastgesteld die we als het gaat om onze bestaanscondities niet mogen overschrijden. Die van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en de stikstofkringloop zijn inmiddels ruim overschreden, die van fosforkringloop, zoetwateronttrekking en landconversie bijna. En dan is er nog zoiets als de plasticvervuiling van de oceanen. Voor de oorzaken kunnen we het beste naar productketens kijken. Dan blijkt dat de voedselketen met stip de belangrijkste oorzaak van al die grensoverschrijdingen is. Zo wordt de bijdrage aan klimaatverandering op circa 25% geschat. Aangezien de komende decennia ook nog twee miljard monden extra gevoed moeten worden, is het verduurzamen van de voedselketen het meest urgente vraagstuk waar de mensheid voor staat.

Meeste impact
Voor een belangrijk deel is de enorme impact van de voedselketen op het milieu het gevolg van grootschalige landbouw en veeteelt. Het is een systeem gericht op winstmaximalisatie door verhoging van de opbrengst per hectare en verlaging van de kostprijs. Het is gebaseerd op kunstmatige inputs en eenvormigheid in plaats van diversiteit. Het vergt stevige investeringen in fossiele energie, grond, opstal, kunstmest, zaden, irrigatie, antibiotica, bestrijdingsmiddelen en zware landbouwmachines. Zo maakt het boeren afhankelijk van banken en machtige, vaak multinationale, bedrijven.

Twee hoofdstromen
Als het gaat om oplossingen zijn er twee hoofdstromen. Een visie is dat de opbrengst per hectare hoger en duurzamer kan door preciezer en dus minder gebruik van fossiele energie, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en antibiotica. Er wordt ingezet op verdere technische innovatie en grootschaligheid. De andere visie is die van de ecologische landbouw, met als uitgangspunt meewerken met de natuur. Zo zijn gewassen meestal opgewassen tegen pesten, plagen of tijdelijke droogte. Door natuurlijke bemesting en een luchtige bodem kunnen wortels in samenwerking met wormen, insecten, micro-organismen en schimmels de benodigde voedingstoffen en mineralen opnemen. Zonder hoge kapitaalsinvesteringen en milieubelastende inputs zijn zeker in de minder productieve gronden in ontwikkelingslanden goede opbrengsten per hectare mogelijk. Deze twee visies staan nogal diametraal tegenover elkaar.

Uitgangspunten
Wij staan achter de principes van de agro-ecologie: weerbare systemen met een grote diversiteit aan gewassen die op levende grond zonder hoge (kapitaal)input een hoge productiviteit kunnen halen. Daarnaast zijn wij voorstander van inperking van de huidige vlees- en zuivelproductie en consumptie. Er zijn gronden die alleen geschikt zijn voor veeteelt, maar dat zijn er veel minder dan die hiervoor in gebruik zijn. Nu wordt 80% van al het agrarische land op de wereld gebruikt voor veeteelt, terwijl vlees en zuivel niet meer dan 17% van de calorieën en 33% van de eiwitten leveren.

Een eerlijke prijs voor voedsel is bovendien een hogere prijs, want nu worden de kosten van milieudegradatie niet in de prijs doorberekend en zit er veel subsidie in de prijs van niet-biologische producten. Het voorkomen van voedselverliezen bij productie, verwerking en consumptie is eveneens van groot belang. Wereldwijd bedraagt dat verlies ongeveer 1/3 van de productie. In ontwikkelingslanden gaat van de productie na de oogst maar liefst 40% verloren. Een belangrijk deel daarvan is vermijdbaar.

Verdelingsvraagstuk
Om op een houdbare manier tien miljard mensen te kunnen voeden, gaat het naast financiële en institutionele structuren die al aan bod kwamen, evenzeer om hindernissen op het gebied van verdeling van voedsel op de wereld, om voedselcultuur en om beleid. Neem die verdeling. Op de wereldmarkt stroomt het voedsel naar consumenten met de meeste koopkracht. Dat voedsel komt zo amper terecht bij de armen. Voor meer voedselzekerheid zullen ze hun voedsel in de eigen regio moeten produceren en distribueren.

In die arme regio’s is een tekort aan kapitaal en een overschot aan handen. Als één voedselsysteem daar niet op aansluit, is dat het kapitaalintensieve en arbeidsextensieve systeem. Hier past juist een systeem dat beduidend meer handen en minder investeringen vergt. De potentie voor productieverhoging is in deze regio’s vaak groot. Daar kan best enige schaalvergroting plaatsvinden met soms minimaal gebruik van kunstmest om zo meer dan voor eigen gebruik te produceren. Stimuleer daar werkgelegenheid en ondernemerschap. Zorg daar voor een goede infrastructuur en geef hen de juiste kennis en instrumenten. Het zijn juist de kleine en middelgrote boeren die de wereld nu voeden. Voor voedselzekerheid kan men ook beter zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn.

Minder vlees en kaas
Laten we wat betreft voedselcultuur vooral eens naar onszelf kijken. Wij Hollanders zijn echte kaaskoppen want wij eten per kop de meeste kaas ter wereld. Voor het milieu is een niet-biologisch stukje kaas behoorlijk belastend. Gelukkig zien we een duidelijke trend naar minder vlees en kaas. Haak daar met goede voorlichtingsprogramma’s op in door gezonde alternatieven te promoten met minder gebruik van vlees en kaas. Een vlees- en kaastaks zou die gunstige ontwikkeling kunnen ondersteunen.

Kringlooplandbouw
Tot slot een paar woorden over beleid. Onlangs lanceerde minister Carola Schouten haar landbouwvisie dat een duurzame kringlooplandbouw onontkoombaar is. Dat is de spijker op zijn kop. Voor de uitvoering vertrouwt zij echter vooral op de kracht van de samenleving. Dan weten we bij voorbaat dat daarvan weinig terecht zal komen. Het is de overheid die hier het voortouw dient te nemen. Hoe worden boeren, die in hun schuldenkooi gevangen zitten, geholpen zich daaruit te bevrijden? Niets daarover, noch over de verkleining van de veestapel of hoe kringlooplandbouw zich tot onze stevige export verhoudt. Export waarvan 80% als grondstof wordt geïmporteerd, vaak uit landen met voedseltekorten en milieuproblemen door de productie van die grondstoffen. Het huidige beleid staat niet zelden haaks op duurzame kringlooplandbouw.

Toekomstvisie
De komende decennia zullen ruim 2 miljard monden extra gevoed moeten worden, waarvan alleen al 1 miljard in Afrika. Bedenk wat de gevolgen zijn als we daar niet op een duurzame manier in slagen: hongersnoden, milieurampen en gewapende conflicten. En wat dat weer voor gevolgen kan hebben bijvoorbeeld voor migratie naar Europa, voor de versterking van het rechtspopulisme en dus voor ‘onze manier van leven’. Onze voedselketen heeft nu veruit de grootste milieu-impact. Die kunnen we vergaand verduurzamen door uit te gaan van natuurlijke bodemvruchtbaarheid en natuurlijke gewasbescherming, van diversiteit en van productie in de eigen regio. Laten we met dit als uitgangspunt in een open dialoog deze urgente opdracht daadwerkelijk verwezenlijken.


Frans van der Steen
Voorzitter Stichting Lokaal Voedsel Den Haag; voormalig voorzitter VVM-sectie Voedsel en Landbouw

« Naar overzicht