Commerciële banken kunnen niet zomaar geld creëren.

24 februari 2020

Wat men beweert:
Commerciële banken kunnen geen geld scheppen, ze hebben allerlei beperkingen. De overheden hebben sinds de Kredietcrisis allerlei maatregelen genomen om onbeperkte geldcreatie onmogelijk te maken.

In het kort:
Er is verschil tussen munten & papier geld en het geld dat op je bankrekening staat. Het geld op bankrekeningen ontstaat op het moment dat er een lening wordt verstrekt door een bank. Ook na de kredietcrisis scheppen commerciële banken nog steeds geld op het moment dat ze een lening of hypotheek verstrekken. Met één druk op de knop maken ze nieuw geld en ontstaat er een schuld om die lening terug te betalen, met rente. Hoewel de regels wat strenger zijn, is geldschepping nog steeds in private handen. Net als de winsten (rente) en het is de vraag of we dat willen.

Bij geld denkt je misschien aan bankbiljetten of munten. Dat klopt wel, maar ons huidige geld bestaat nog maar voor ongeveer zeven procent uit contant geld. Het overgrote deel van de geldhoeveelheid – 93 procent – bestaat uit giraal geld. Computergeld. Dit zijn banktegoeden en dat zijn feitelijk schulden van de bank aan de rekeninghouder. Dit girale geld wordt voornamelijk door commerciële banken gecreëerd bij het verstrekken van leningen.

Hoe gaat dit in zijn werk?

Wanneer een bank een lening verstrekt, is de uitstaande lening een nieuwe bezitting voor de bank; de lener dient deze met rente af te betalen. Tegelijkertijd schrijft de bank een giraal tegoed bij op de rekening van de klant die de lening aangaat. Dit girale tegoed is een schuld van de bank aan de rekeninghouder; de rekeninghouder kan dit tegoed desgewenst opnemen in contanten.

Het lijkt magie, maar eerst is er niets en met 1 druk op de knop is er geld en een schuld

Geld, schuld en banken zijn in het huidige systeem dus nauw met elkaar verweven. Dat banken nieuw geld kunnen scheppen betekent niet dat dit een ongeremd proces is. Er zijn drie belangrijke factoren die geldcreatie in de economie beïnvloeden.

1 Gedrag

Ten eerste is dat het gedrag van burgers en bedrijven. Er moet vraag naar leningen zijn. Alleen dan kan er een lening worden verstrekt en wordt er nieuw geld gecreëerd. Daarnaast is het van belang wat burgers en bedrijven met dit nieuwe geld doen. Wanneer zij het uitgeven, kan het leiden tot extra bestedingen en blijft het in de economie. Wanneer zij er iemand mee betalen die met het geld een lening aflost, is het girale geld na één stap weer vernietigd. Want een schuld aflossen is het omgekeerde van geldcreatie.

2 Risico

Ten tweede zijn de balansrisico’s voor banken een beperkende factor. Banken lopen bij het verstrekken van een lening het risico dat deze niet wordt terugbetaald. Een bank moet voldoende eigen vermogen hebben om eventuele verliezen op te vangen. En omdat een giraal tegoed een schuld is van de bank aan de rekeninghouder, brengt het creëren hiervan ook risico’s met zich mee. Burgers en bedrijven kunnen het als contant geld opnemen of overmaken naar een andere bank. Om die betalingen te kunnen doen moet de bank wel voldoende reserves en contant geld hebben. Deze risico’s vormen een rem op geldschepping. Omdat de stabiliteit van banken van publiek belang is, bestaan er op dit gebied ook wettelijke eisen (kapitaal- en liquiditeitseisen) die remmend kunnen werken.

3 Beleid

Ten derde speelt monetair beleid een rol. Dit monetair beleid komt van de centrale bank. De rentes die de centrale bank hanteert hebben grote invloed op andere rentes, op wisselkoersen en op prijzen van aandelen en obligaties. Dit alles beïnvloedt de vraag naar leningen en de bereidheid van banken om die te verstrekken.

Deze tekst komt overigens uit het WRR rapport Geld en Schuld uit 2019.