De Grote Transitie

Manifest voor een duurzame en solidaire economie

Revolutionair OESO rapport: een nieuwe economische benadering

De OESO, een samenwerkingsverband waarin 36 landen sociaal en economisch beleid bespreken en coördineren, werkt aan een revolutionair rapport: op naar het einde van de groei, voortaan geen pleisters meer plakken, en vooruit met een nieuw economisch model. De OESO adviseert een ingrijpende hervorming van nationale en internationale instituties.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) werkt aan een nieuw rapport: Beyond growth: towards a new economic approach. Half september verscheen daarvan een conceptversie, die revolutionair genoemd mag worden: deze organisatie van de sterkste economieën ter wereld bepleit een nieuw economisch paradigma. Later dit jaar wordt het rapport officieel vastgesteld, na goedkeuring door nationale delegaties.

De auteurs stellen dat de huidige maatschappelijke uitdagingen en problemen alleen kunnen worden opgelost met een nieuw economisch paradigma. Of het nu gaat om gebrek aan ecologische duurzaamheid, stijgende ongelijkheid, het groeiende wantrouwen jegens politici en het politieke systeem, de groeiende macht van monopolistische bedrijven, snelle technologische ontwikkeling en automatisering en aanhoudende fragiliteit van het financiële systeem – een nieuwe aanpak is vereist. Het rapport is om tenminste vier redenen een belangrijke stap in de ontwikkeling van nieuw economisch denken en een nieuwe economie.

Afscheid van groei an sich

De eerste reden is dat het rapport niet alleen de huidige doelen van economische progressie bekritiseert, maar ook de onderliggende ‘orthodoxe’ neoklassieke economische theorie en het dito beleid van de afgelopen decennia weerlegt. Economische groei sec is volgens de auteurs niet langer een geschikt economisch doel, omdat die steeds vaker gepaard gaat met groeiende ongelijkheid, vaak niet leidt tot meer welzijn en dikwijls de uitputting van natuurlijke hulpbronnen behelst.

De auteurs leggen uit dat het beleidsdoel van economische groei in aanzienlijke mate gebaseerd is op een specifieke economische theorie: de neoklassieke theorie. Deze theorie veronderstelt ‘rationeel’ economisch gedrag en stelt dat individuen hun nut (dienen te) maximaliseren en bedrijven hun winst. De belofte is dat optimale productie, consumptie, lonen en winsten op competitieve markten worden bereikt. Op basis van deze aannames zijn de afgelopen decennia markten geliberaliseerd en is overheidsbemoeienis ontmoedigd. Na de financiële crisis van 2007-9 is de neoklassieke theorie wel iets bijgeschaafd, maar volgens de auteurs is dit niet de oplossing. De mythe van de nutsmaximaliserende mens dient te worden verworpen. Ze wijzen erop dat veel beleid dat de afgelopen veertig jaar is geïmplementeerd, niet langer tot economische en sociale progressie leidt en beargumenteren dat we de uitdagingen en problemen van deze tijd niet kunnen oplossen met ‘business as usual’. Wat volgens hen nu nodig is, is fundamentele verandering in plaats van incrementele verandering.

Alternatieven: kwaliteit boven kwantiteit

De tweede reden is dat het rapport niet alleen bekritiseert, maar ook alternatieven formuleert. Wat de auteurs betreft zou het van nu af vooral moeten gaan om het soort economische groei, niet langer om de mate ervan. Om deze reden stellen ze vier andere doelen van economisch beleid voor: ecologische duurzaamheid realiseren, welzijn vergroten, ongelijkheid verkleinen en de veerkracht van systemen vergroten. Ze adviseren om ‘beyond growth’ tot een expliciet politiek doel te maken.

Er is een fundamenteel ander beleid nodig op terreinen als macro-economie, financiële regulering, klimaat, corporate governance en arbeidsmarkt

Om de nieuwe doeleinden te realiseren is niet alleen een dashboard van indicatoren nodig (zoals de Monitor Brede Welvaart in Nederland), maar is er bovenal behoefte aan mechanismen om de indicatoren te beïnvloeden. In de economische analyse moet voorts meer aandacht komen voor onderwerpen als macht, evolutie, complexiteit, menselijke relaties, ethiek en de rol van de staat.

In de economische wetenschap wordt vaak onderscheid gemaakt tussen heterodoxe (alternatieve, afwijkende, onconventionele) theorieën en de orthodoxe (mainstream, conventionele) neoklassieke theorie. De onderwerpen die het OESO-rapport aandraagt, staan al lange tijd centraal binnen verschillende heterodoxe theorieën. Vaak worden deze inzichten genegeerd, onder het motto dat alleen de neoklassieke theorie een volledige economische theorie is; heterodoxe theorieën zouden (te) beperkt zijn. De OESO ziet dit anders. In veel gevallen versterken heterodoxe theorieën elkaar en samen geven ze een beter inzicht in de economische werkelijkheid dan de neoklassieke theorie.

Tot slot stellen de auteurs dat er een fundamenteel ander beleid nodig is op terreinen als macro-economie, financiële regulering, klimaat, corporate governance en de arbeidsmarkt. Dit nieuwe beleid dient op een geïntegreerde manier ontwikkeld en uitgevoerd te worden. Het doel moet niet zijn om marktfalen aan te pakken (dat komt neer op pleisters plakken) maar ‘to change the way the engine of the economy works’. Om dit te realiseren, wordt een significante hervorming van nationale en internationale instituties geadviseerd.

Niet de minsten

De boodschap van het rapport is niet compleet nieuw. De afgelopen decennia hebben verschillende kritische onafhankelijke denkers soortgelijke kritiek geleverd en alternatieven aangedragen. Zulke ‘heterodoxe’ economen – denk aan Hyman Minsky, Herman Daly, Ha-Joon Chang en Kate Raworth – werkten echter vaak geïsoleerd en drongen slecht door tot de ‘orthodoxie’. Alternatieve economische aanpakken, zoals ecologische economie, feministische economie en complexiteitseconomie, werden vaak buiten economische faculteiten geplaatst en kregen een plekje op een andere faculteit. Organisaties als de Britse New Economics Foundation, het Nederlandse Platform Duurzame en Solidaire Economie en de internationale studentenbeweging Rethinking Economics opereerden voornamelijk aan de rand van het maatschappelijk debat.

Dit zou de komende jaren wel eens kunnen leiden tot een fundamenteel ander beleid

Dat is de derde reden waarom dit rapport revolutionair is: het is opgesteld door de Secretary General’s Advisory Group van de OESO zelf. Daartoe behoort onder meer Andy Haldane, de hoofdeconoom van de Bank of England. Het is nieuw dat een gerenommeerde internationale organisatie als de OESO een economische paradigmaverandering bepleit. Het rapport is bovendien met honderden referenties onderbouwd. Dit is belangrijk omdat ‘heterodoxe’ economen tot nu toe veel tijd kwijt waren aan het weerleggen van de ‘orthodoxie’. Het is nu aan ‘orthodoxe’ economen om aan tonen waarom de hier bepleite (en goed onderbouwde) paradigmaverandering onwenselijk zou zijn.

Gevestigde belangen

De vierde reden waarom het rapport revolutionair is, is dat het expliciet aandacht besteedt aan economische paradigmaveranderingen versus gevestigde belangen. De auteurs erkennen dat elke fundamentele beleidsverandering politici en andere beleidsmakers afschrikt, maar wijzen er tevens op dat economische paradigmaveranderingen vrij normaal zijn. Na de Grote Depressie werd in de jaren ’40 laissez faire ingeruild voor Keynesiaans economisch beleid. Tijdens de stagflatie van de jaren ’70 werden Keynes’ ideeën vervolgens ingeruild voor het neoliberale beleid van Friedman en Hayek. Nu is het opnieuw tijd voor een paradigmawissel.

Tot slot benoemen de auteurs expliciet de noodzaak van zowel economische als politieke verandering: ‘Many vested interests will stand in the way – the resistance of those with incumbent power is of course a major reason why more equitable and sustainable policies have not been followed over the last decade and longer. So we recognize that this is as much a political as an economic policymaking challenge.’

Kortom, de conceptversie van het rapport is een potentieel revolutionaire stap in de ontwikkeling van nieuw economisch denken en een nieuwe economie. De definitieve versie zou de komende jaren wel eens kunnen leiden tot een fundamenteel ander beleid. De kans dat het rapport in een bureaulade verdwijnt, lijkt klein: het is onderdeel van een meerjarig programma, New Approaches to Economic Challenges (NAEC) en in veel van de aangesloten landen zijn al langer soortgelijke geluiden te horen. Het OESO-rapport is een nuttige stap in een proces. Uiteraard is er meer nodig om verandering te realiseren. Ook reflectie en actie van economen, beleidsmakers, politici, journalisten, ondernemers en burgers zijn nodig. Maar een mooiere voorzet is haast niet denkbaar.


Martijn Jeroen van der Linden analyseerde het OECD rapport en schreef dit artikel samen met Sam de Muijnck en Joris Tieleman. Zij zijn verbonden aan Rethinking Economics Netherlands. Dit artikel verscheen op 1 oktober bij Follow The Money.

« Naar overzicht