De Grote Transitie

Manifest voor een duurzame en solidaire economie

Plaats geldcreatie onder publiek bestuur en breng het schuld- en rentevrij in omloop

8    

Het debat over de financieel-economische crisis verloopt verwonderlijk. Het probleem met geldcreatie door commerciële banken krijgt veel te weinig aandacht. Zeven jaar na het uitbreken van de financiële crisis weten veel mensen ─ inclusief politici ─ nog steeds niet dat commerciële banken nieuw geld scheppen wanneer zij leningen verstrekken. Ruim 95% van al het geld in westerse landen ─ al het girale geld, het digitale geld op uw rekening ─ is momenteel op deze manier gecreëerd door banken als ING, Rabobank en ABN AMRO. De overige 5% is cash.

Tegenover al dit girale geld staat bankschuld waarover rente moet worden betaald. Dit betekent in feite dat 95% van de geldhoeveelheid wordt ‘gehuurd’ van commerciële banken tegen het geldende rentetarief. Dit is onnodig en kan anders. Daarnaast heeft de financiële crisis laten zien dat de optelsom van alle afwegingen van afzonderlijke commerciële banken niet leidt tot de optimale maatschappelijke geldhoeveelheid (en hoeveelheid schulden) en zelfs kan leiden tot een ineenstorting van het financieel systeem en langdurige economische malaise.

Internationaal groeit de kritiek op private geldcreatie. Dit uit zich in de roep om monetaire hervorming. Monetaire hervormers zien de geldsomloop als nutsvoorziening. Ze willen dat deze transparant en verantwoord wordt beheerd en dienstbaar wordt aan het algemeen welzijn en stellen voor het bestaande girale geld (gebaseerd op bankschuld) door ‘echt geld’ (volgeld) te vervangen. Volgeld wordt door een onafhankelijke macht binnen de staat ─ een monetaire autoriteit ─ schuld- en rentevrij gecreëerd. Invoering van volgeld gaat gepaard met afschaffing van geldschepping door banken. Dit wordt wel aangeduid met 100% reserve banking, full reserve banking of sovereign money. Daarmee wordt bedoeld dat al het geld op bankrekeningen gaat samenvallen met ‘echt geld’ (volgeld). De monetaire autoriteit bepaalt hoeveel geld er in omloop moet zijn en gaat de geldhoeveelheid direct sturen. Commerciële banken gaan werken met het geld dat de monetaire autoriteit daartoe beschikbaar stelt (volgeld) en creëren niet langer zelf geld. Kortom, zij gaan doen wat velen denken dat ze al doen: intermediairen. Zaak is wel de beslissing ‘hoeveel nieuw geld?’ en ‘waarvoor?’ van elkaar te splitsen, zodat misbruik door politici wordt voorkomen.

Injecteren in de economie

Op korte termijn kan Green Quantitative Easing (groene kwantitatieve verruiming) geïmplementeerd worden. In de jaren na 2007-8 zijn centrale banken onder de naam Quantitative Easing geld gaan creëren. Dit hebben zij gedaan omdat de geldhoeveelheid dreigde te slinken; commerciële banken waren bezig hun eigen financiële positie te verbeteren en waren minder happig om kredieten te verstrekken. Daarnaast losten veel particulieren en bedrijven schulden af. Dit leidde tot een daling van de geldhoeveelheid en dwong centrale banken enorme hoeveelheden geld te creëren en te injecteren in de economie. Met dit nieuwe geld werden bestaande staatsobligaties en andere financiële producten opgekocht, vaak van financiële instellingen en andere bezitters van financiële activa. Helaas is dit nieuwe geld voornamelijk terecht gekomen op financiële markten en niet in de reële economie. Ons voorstel is om per direct Green Quantitative Easing te implementeren. Concreet betekent dit dat de ECB schuld- en rentevrij geld creëert (simpelweg door getallen in een computer in te typen), en dit nieuwe geld ter beschikking stelt aan de nationale overheden voor investeringen in de transitie naar een duurzame en solidaire economie (100% duurzame energie, klimaatneutrale woningen, etc).

Een essentiële stap is geldcreatie en alternatieven hoog op de politieke agenda te krijgen. Vreemd genoeg is dit zeven jaar na de kredietcrisis – die toch veroorzaakt is door overmatige kredietverstrekking ofwel geldcreatie – nog steeds niet gelukt. De “georganiseerde onverantwoordelijkheid” van banken met hun enorme (lobby-)macht is een grote hindernis. Toch is het belangrijk geldcreatie onder de aandacht te brengen en zo de politiek te bewegen een democratisch besluit te nemen. In het kader van De Grote Transitie is het verstandig de allocatie van nieuw geld niet langer te laten gebeuren op basis van korte termijn winstmaximalisatie, maar op basis van lange termijn maatschappelijke doelen. Het privilege op geldcreatie is een cruciaal sturingsmechanisme in economieën en dient het algemeen welzijn te dienen en niet commercieel te worden uitgebaat.

Dienstbaar aan samenleving

Monetaire hervorming is een proces van lange adem. Gelukkig hoeven we niet te wachten tot er definitief gekozen is om het scheppen van geld onder de verantwoordelijkheid van een publiek instituut te brengen. In de tussentijd kunnen al andere hervormingen in de financiële sector doorgevoerd worden om het financiële stelsel en de banken dienstbaar te maken aan de samenleving. We noemen er hier vier, die ook parallel aan het plaatsen van geldschepping onder publiek bestuur kunnen worden ingevoerd.

Ten eerste dient speculatie beperkt te worden. Dit kan door het invoeren van een financial transaction tax (FTT) en het verbieden van bepaalde (combinaties van) financiële producten.

Ten tweede dienen private en publieke schulden verminderd te worden. Er is simpelweg teveel geld en teveel schuld. Dit kan grofweg op twee manieren: het saneren van schulden of het aflossen van bestaande schulden met nieuw schuldenvrij geld. De ECB kan bijvoorbeeld geld creëren en dat geven aan burgers. Burgers met schulden dienen dan eerst deze schulden af te lossen. Zowel het verminderen van speculatie als het verminderen van schulden zal leiden tot een stevige krimp van de financiële sector en heeft ernstige gevolgen voor de mensen die werkzaam zijn in deze sector. Daarom moet deze inkrimping gepaard gaan met flankerend sociaal beleid waaronder herverdeling van werk en verkorting van de werkweek.

Ten derde pleiten wij voor meer diversiteit en het op een lijn brengen van risico en rendement (degenen die risico nemen moeten ook failliet kunnen gaan). Dit kan door banken op te splitsen in spaarbanken en speculatie/investeringsbanken en grote Nederlandse en Europese banken open te breken en te verkleinen. Alleen op deze manier krijgen nieuwe toetreders een kans en zijn we niet langer uitgeleverd aan banken die ‘too big to fail’ zijn.

Tenslotte roepen wij op de eigendomstructuur van banken en andere financiële instellingen en de hiermee gepaard gaande doelstellingen te heroverwegen. Zijn publieke banken niet veel wenselijker dan commerciële banken? Winstmaximalisatie en financiële producten lijken namelijk niet goed samen te gaan. Meer financiële producten, meer kredieten, meer schulden, meer verzekeringen, meer derivaten en meer geld leiden vaak wel tot meer winsten maar niet per definitie tot meer welvaart en welzijn. Dienstbaar zijn betekent niet de eigen winsten maximaliseren, maar het belang van de klant voorop stellen en klein en bescheiden optreden. Dit zijn allemaal grote stappen die de komende tien jaar gezet moeten gaan worden willen we een duurzame en solidaire economie bereiken. Een breuk met het verleden is hard nodig.