De Grote Transitie

Manifest voor een duurzame en solidaire economie

Investeer als overheid de komende vijftien jaar op grote schaal in een circulaire, regionale economie

3    

Een circulaire economie is een economie gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen en energie, die door hergebruik en recycling zuinig omgaat met schaarse grondstoffen en die schadelijke emissies tot een minimum beperkt. Het streven daarnaar wordt steeds breder gedragen – ook door bedrijven, die op deze manier hun productie zeggen te willen verduurzamen. Maar in het debat over de circulaire economie is te weinig aandacht voor de maatschappelijke effecten van deze transitie. Het zijn naast nuttige lokale initiatieven toch erg veel de grote internationale ondernemingen die nu de circulaire economie zeggen vorm te geven, en daarbij vooral een technologische bril opzetten.

Voor de organisatie van de duurzame productie van goederen en diensten is er een heel scala aan mogelijkheden ontstaan. Het gaat daarbij om drie afzonderlijke aspecten. In de eerste plaats verandert de aard van het product steeds vaker in een dienst: in plaats van lampen koop je licht, waarbij het onderhoud voor rekening van de producent is. In plaats van eenvoudigweg een hoeveelheid vloerbedekking te kopen, zorgt een onderneming voor je vloer, aanleg, onderhoud en zo nodig vervanging. Het tweede aspect gaat over de organisatie. Het meest gebruikt is de coöperatie, maar daarnaast zijn er vele nieuwe vormen aan het ontstaan in de sfeer van sociale ondernemingen die niet winstmaximalisatie als doel hebben. Dat brengt ons bij het derde aspect – waardecreatie. De nieuwe duurzame ondernemingen hebben vaak meerdere vormen van waardeschepping. Naast waarden als sociaal beleid en winst zijn er nieuwe waarden die gerelateerd kunnen worden aan ecologie en duurzaamheid. Steeds vaker worden we er dan ook op gewezen dat de echte vernieuwing in de maatschappij niet voortkomt uit het scheppen van nieuwe technologie, maar uit het ontstaan van nieuwe, sociale mogelijkheden, waardoor mensen beter met elkaar samen kunnen werken en samen waarde creëren.

Regionale economie

Voor het sluiten van kringlopen is het mondiale niveau meestal niet de beste schaal. Niet alleen door het bulktransport van goederen en grondstoffen over de wereld, maar ook omdat er in veel landen waar onze consumptiegoederen geproduceerd worden amper sprake is van wetgeving op sociaal en milieugebied, en als die er al is, stelt de controle op de naleving daarvan weinig voor. Bovendien zijn natuurlijke kringlopen zoals in de landbouw meestal regionaal. Op regionale schaal is het dan ook beter mogelijk te komen tot het sluiten van energie- en afvalkringlopen; is het voordeliger om kringlopen te sluiten doordat er minder transport nodig is en valt ook de controle op productieprocessen beter te organiseren. Op regionale schaal is bovendien mede-eigenaarschap mogelijk, onder meer via coöperaties, en is er een directere relatie tussen consument en producent. Dat maakt het mogelijk de productie beter aan te laten sluiten op de regionale behoeften en omstandigheden en zo veel minder schade aan mens en milieu toe te brengen. Mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen en aandacht hebben voor de draagkracht van hun omgeving zijn belangrijk.

Feitelijk invulling geven aan een regionale economie kan op vele manieren. De vele initiatieven rond Transition Towns, repair cafes, lokale munten en lokale energiemaatschappijen vormen hiervan mooie voorbeelden. Regionale landbouw is een belangrijk onderdeel van een duurzame regionale economie. Het spaart energie, geeft meer inzicht aan de consument over de voedselketen en steunt boerenbedrijven in de regio. Dat kan met veel minder schadelijke emissies en met meer zorg voor een goede bodem en waterhuishouding. Het gaat om ‘juistschaligheid’: het sluiten van kringlopen op een optimaal niveau. De huidige, vaak (te) grote schaal is zeker geen natuurwet.

Noodzakelijke voorwaarde

Te veel is de laatste decennia nadruk gelegd op zo vrij mogelijke markten. We hebben inmiddels gezien dat dit niet altijd leidt tot de meest gewenste economische, sociale of ecologische uitkomsten. Het is bovendien een misvatting dat markten niet maakbaar zouden zijn. Markten kunnen heel goed gereguleerd worden, afhankelijk van wat voor productie we met elkaar willen, in welke behoeften we op de eerste plaats willen voorzien en in welke niet of minder. Het gaat om het reguleren van de negatieve invloed van de productie op de omgeving en op sociale verhoudingen, waarbij rekening wordt gehouden met het noodzakelijk evenwicht tussen ecologie en economie. Om maar een van de belangrijkste voorbeelden te geven: we kunnen de energiemarkt met overheidsinitiatieven als ook met kleinschalige marktinitiatieven effectief reguleren, en daarmee grootschalige olie- en gasproducenten en -handelaren zonodig beperkingen opleggen.

Een circulaire economie is een noodzakelijke voorwaarde voor duurzaamheid op de lange termijn, maar geen voldoende voorwaarde. Voor duurzaamheid is ‘absolute ontkoppeling’ tussen onze levensstijl en aantasting van het milieu nodig. Dat betekent dat schadelijke emissies niet alleen per eenheid product moeten afnemen, maar ook de negatieve invloed van de algehele consumptie wereldwijd. Door kortere lijntjes tussen producent en consument en door de vervaardiging van producten die kwalitatief hoogwaardig zijn, lang meegaan en goed kunnen worden hergebruikt, kan de consumptiedruk omlaag. Alleen met een circulaire en regionale economie die de noodzaak van economische groei achter zich laat kunnen wij de kwaliteit van leven borgen.