De Grote Transitie

Manifest voor een duurzame en solidaire economie

Beperk verschillen in koopkracht en vermogen. Ongelijkheid is slecht voor onze democratie, samenleving en het milieu.

1    

Nederland wordt gezien als een egalitair land met relatief kleine verschillen in inkomen en vermogen. Dat beeld is onjuist, er is alle reden om de verschillen te verkleinen. Sociaal-economische ongelijkheid heeft niet alleen negatieve gevolgen voor de democratie, maar ook voor de samenleving en het milieu. Bovendien wordt de  onderlinge verbondenheid verstoord: burgers hebben minder het idee dat ze er gezamenlijk wat van moeten maken. Gelukkig zijn er diverse manieren om de ongelijkheid terug te dringen.

Nederland behoort tot de landen met de grootste verschillen in vermogen. Tien procent van de bevolking bezit maar liefst 68 procent van het totale vermogen; onder de rijke landen is alleen in de Verenigde Staten die ongelijkheid nog groter. Inkomens zijn de laatste veertig jaar, gecorrigeerd voor inflatie, gemiddeld niet gestegen, terwijl het BNP in die tijd is verdubbeld. In de ranglijst van landen van de OESO, de ‘club van rijke landen’, zijn er maar liefst 17 Europese landen waar de inkomensongelijkheid kleiner is dan in Nederland. De armste 10% van de bevolking is er de laatste dertig jaar 30% op achteruit gegaan waardoor bijvoorbeeld meer dan 10% van de kinderen in relatieve armoede opgroeit en overal in het land voedselbanken hard nodig zijn.

Het vertrouwen daalt

De toenemende concentratie van koopkracht en vermogen aan de bovenkant van de samenleving is allereerst slecht voor de democratie. Mensen die geen werk hebben, hun vaste baan in onzeker, flexibel werk zien omgezet of hun schulden niet af kunnen lossen, zien anderen in weelde leven. Zij ervaren aan den lijve dat banken hun verliezen afwentelen op de samenleving met alle gevolgen voor de collectieve voorzieningen. Terwijl de rijksten meer macht hebben om hun belangen te verdedigen en hun wil door te drukken, zijn zij steeds minder bereid aan de samenleving bij te dragen, want zij kunnen zelf wel betalen voor hun veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg. Zo is het goed verklaarbaar dat het vertrouwen in de overheid en de politieke partijen daalt.

Grote inkomensverschillen zijn op allerlei manieren slecht voor de samenleving, zoals Wilkinson en Pickett hebben laten zien, en zoals is bevestigd door de WRR. Zo leidt een grotere ongelijkheid tot afnemend vertrouwen in andere mensen en instituten, tot een lagere geestelijke gezondheid en tot een toename van stress.

Ook is de ongelijkheid in koopkracht slecht voor het milieu. In een samenleving met veel ongelijkheid zijn mensen meer bezig met hun onderlinge posities, en de indruk die andere mensen van hen hebben. Je kunt meer indruk maken door steeds over de laatste versie van de nieuwste ‘gadgets’ te beschikken, of je die nu nodig hebt of niet. De voorlaatste versie komt dan weer bij het afval terecht. De ongelijkheid maakt het om twee redenen ook moeilijker om maatregelen te nemen die bijvoorbeeld nodig zijn om klimaatverandering tegen te gaan. Huishoudens met een laag inkomen betalen van dat inkomen nu al een groter deel aan energie, maar ze worden bovendien relatief zwaarder geraakt door komende klimaatmaatregelen dan huishoudens met een hoog inkomen. Het is logisch dat er verzet tegen zulke maatregelen gaat opkomen. Door toenemende verschillen in waardering, status en koopkracht komt ook het onderling vertrouwen tussen mensen onder druk te staan. Burgers hebben minder het idee dat ze er gezamenlijk wat van moeten maken. Dat ondermijnt het draagvlak voor maatregelen van de overheid die ervoor moeten zorgen dat iedereen, hier én elders op de Aarde, een leven kan leiden dat perspectief biedt, zowel voor de huidige als voor toekomstige generaties.

Het kan ook anders

Er zijn veel mogelijkheden om ongelijkheid te verminderen.

Het kan door kleine vermogens en lage inkomens minder te belasten, en grote vermogens en hoge inkomens meer, vooral als die verkregen zijn door overerving of door geld met geld te maken. Waarom moet je meer belasting betalen over inkomen waarvoor je gewerkt hebt dan over inkomen waarvoor je niet gewerkt hebt?

Het kan ook door werknemers meer zeggenschap te geven in bedrijven, en hen over de beloningsstructuur ervan mee te laten praten. In Canada kunnen organisaties zich laten certificeren door Wagemark, als de topverdieners niet meer dan acht keer het loon krijgen dat de 10% laagstbetaalden verdienen. Bij kleinere verschillen in bruto lonen is minder reparatie via de belastingen nodig, en kan het belastingsysteem eenvoudiger worden.

Bedrijven kunnen meer belasting betalen over grote winsten, want hun aandeel in de overheidsinkomsten is de afgelopen jaren flink gedaald. Een Financial Transaction Tax kan ingevoerd worden, waarbij een minieme belasting op financiële transacties geheven wordt. De opbrengsten kunnen gebruikt worden om de laagste uitkeringen op peil te houden en het eigen risico in de zorg af te schaffen of te verlagen, of om de verhuurdersheffing af te schaffen, om zo vooral voor mensen met een laag inkomen voorzieningen als gezondheidszorg en huisvesting betaalbaar te houden.

Maatregelen als deze zullen helpen de verschillen in inkomens en vermogens te verkleinen, en, zoals hierboven beschreven, heeft onze samenleving daar uiteindelijk alleen maar bij te winnen.