De Grote Transitie

Manifest voor een duurzame en solidaire economie

Beperk verschillen in koopkracht en vermogen. Ongelijkheid is slecht voor onze democratie, economie en het milieu.

1    

Nederland wordt gezien als een egalitair land met relatief kleine verschillen in inkomen en vermogen. Dat beeld is onjuist, er is alle reden om de verschillen te verkleinen. Sociaal-economische ongelijkheid heeft niet alleen negatieve gevolgen voor de democratie, maar ook voor de economie en het milieu. Bovendien wordt de  onderlinge verbondenheid verstoord: burgers hebben minder het idee dat ze er gezamenlijk wat van moeten maken. Gelukkig zijn er diverse manieren om de ongelijkheid terug te dringen.

Nederland behoort tot de landen met de grootste verschillen in vermogen. Tien procent van de bevolking bezit maar liefst 60 procent van het totale vermogen. Inkomens zijn de laatste veertig jaar, gecorrigeerd voor inflatie, gemiddeld niet gestegen, terwijl het BNP in die tijd is verdubbeld. De armste 10% van de bevolking is er de laatste dertig jaar 30% op achteruit gegaan waardoor bijvoorbeeld steeds meer kinderen in relatieve armoede opgroeien en voedselbanken als paddenstoelen uit de grond rijzen.

Het vertrouwen daalt

De toenemende concentratie van koopkracht en vermogen aan de bovenkant van de samenleving is allereerst slecht voor de democratie. Mensen die geen werk hebben, hun vaste baan in onzeker, flexibel werk zien omgezet of hun schulden niet af kunnen lossen, zien anderen in weelde leven. Zij ervaren aan den lijve dat banken hun verliezen afwentelen op de samenleving met alle gevolgen voor de collectieve voorzieningen. Terwijl de rijksten meer macht hebben om hun belangen te verdedigen en hun wil door te drukken, zijn zij steeds minder bereid aan de samenleving bij te dragen, want zij kunnen zelf wel betalen voor hun veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg. Zo is het goed verklaarbaar dat het vertrouwen in de overheid en de politieke partijen daalt.

De grote verschillen zijn slecht voor de economie, zoals ook het Internationaal Monetair Fonds (IMF) nu signaleert. Banenverlies en stagnerende inkomens leiden samen met hogere lasten tot verlies aan koopkracht, waardoor veel bedrijven in de problemen komen. Dit leidt op zijn beurt weer tot minder belastinginkomsten en hogere uitgaven aan uitkeringen.

Ook is de ongelijkheid in koopkracht slecht voor het milieu. In een samenleving met veel ongelijkheid zijn mensen meer bezig met hun onderlinge posities, en de indruk die andere mensen van hen hebben. Je kunt meer indruk maken door steeds over de laatste versie van de nieuwste ‘gadgets’ te beschikken, of je die nu nodig hebt of niet.

Leven dat perspectief biedt

Door toenemende verschillen in waardering, status en koopkracht komt ook het onderling vertrouwen tussen mensen onder druk te staan. Burgers hebben minder het idee dat ze er gezamenlijk wat van moeten maken. Dat ondermijnt ook het draagvlak voor maatregelen van de overheid die ervoor moeten zorgen dat iedereen, hier én elders op de Aarde, een leven kan leiden dat perspectief biedt, zowel voor de huidige als voor toekomstige generaties.

Er zijn veel mogelijkheden om ongelijkheid te verminderen. Het kan door kleine vermogens en lage inkomens minder te belasten, en grote vermogens en hoge inkomens meer, vooral als die verkregen zijn door overerving of door geld met geld te maken. Het kan ook door werknemers meer zeggenschap te geven in bedrijven, en hen over de beloningsstructuur ervan mee te laten praten. Bij kleinere verschillen in bruto lonen is minder reparatie via de belastingen nodig. Bedrijven kunnen meer belasting betalen over grote winsten, want hun aandeel in de overheidsinkomsten is de afgelopen jaren flink gedaald. De opbrengsten kunnen gebruikt worden om de laagste uitkeringen op peil te houden en voorzieningen als gezondheidszorg en huisvesting betaalbaar te houden.