De Grote Transitie

Manifest voor een duurzame en solidaire economie

Vergeet het Basisinkomen! Dit voorstel is veel eerlijker.

We spreken Rebecca Belochi, een jonge Franse onderzoekster uit Parijs die sinds een paar maanden bij Our New Economy onderzoek doet naar een veelbelovend alternatief voor het basisinkomen: het participatie-inkomen. Kan dit plan de weerstand wegnemen die wordt opgeroepen door het basisinkomen? 

Wat is het participatie-inkomen? Is dat net zoiets als het basisinkomen?

De basis is hetzelfde, namelijk dat mensen een basaal inkomen van de staat krijgen waar ze redelijk van kunnen leven. Maar de gedachte erachter is anders: bij het basisinkomen gaat het primair om persoonlijke vrijheid. Er is geen garantie dat mensen ook een bijdrage leveren aan de samenleving. Veel mensen zijn daar niet zo bang voor, maar bij veel anderen schuurt dat idee enorm. “Ik werk hard, en anderen krijgen het gratis?” Academici noemen dit het Malibu surfer probleem. Oftewel: wat als iemand met zijn uitkering naar een leuke plek verhuist en daar op kosten van de samenleving alleen maar eindeloos gaat chillen? Het participatie-inkomen is daar een oplossing voor: je krijgt het alleen als je ook iets nuttigs doet voor anderen of voor de bredere samenleving.

Wat is dan ‘participatie’? Klinkt als werk. 

Het gaat om een bijdrage aan de samenleving, die niet per se de vorm van een betaalde baan krijgt. Dat kan van alles zijn, bijvoorbeeld zorgen voor ouderen in de buurt, allerlei andere soorten vrijwilligerswerk, of het volgen van een opleiding of andere wijze van voorbereiding waardoor je later een bijdrage kunt gaan leveren. Het mooie van het participatie-inkomen is dat het flexibel is: we zouden het kunnen invoeren voor een beperkt scala aan activiteiten, en dat later uitbreiden als het goed blijkt te werken.

Waarom hebben we participatie-inkomen nodig in Nederland? We hebben toch al een heel sociaal vangnet?

Dat klopt, maar dat is nog steeds helemaal georganiseerd rondom betaald werk. We moeten structureel opnieuw kijken naar de manier waarop we onze samenleving inrichten. Er zijn zoveel mensen die bijdragen aan de samenleving via vrijwilligerswerk, op manieren die nu niet betaald zijn. Dat moeten we mogelijk maken, want met alleen betaalde banen komen we er niet. Bovendien, een participatie-inkomen is niet alleen voor nu, we kunnen hiermee een brug slaan naar de toekomst. Dit kan een centraal onderdeel worden van hoe we onze nieuwe economie inrichten.

Waarom is participatie-inkomen volgens jou zo belangrijk?

We staan volgens mij op een cruciaal knooppunt wat betreft onze sociale zekerheid en ons verdelingssysteem. Zelf kom ik uit Frankrijk, waar nog steeds de gele hesjes dagelijks botsen met de politie. In andere landen zien we dit soort verschijnselen ook: ons systeem voor sociale zekerheid past steeds slechter bij de beschikbare banen. En door automatisering en robotisering zal dit in de toekomst alleen nog maar erger worden. Momenteel zien veel mensen technologische vooruitgang als een bedreiging, en dat is doodzonde. We moeten zorgen dat de toekomst werkt voor iedereen, niet alleen voor een kleine hoogopgeleide elite. En dat betekent dat we ons moeten gaan instellen op een post-work society, een wereld waarin betaalde banen niet meer 100% centraal staan.

Waar komt het idee van participatie-inkomen vandaan? 

Het idee komt van de econoom Atkinson, de mentor van Piketty, die hem beschreef als de “godfather of historical studies of income and wealth.” Atkinson werkte dit idee uit in een paper in 1995, en sindsdien wordt er zo nu en dan over gesproken. Maar eerlijk gezegd, het participatie-inkomen heeft nog maar weinig geschiedenis. Het idee krijgt zelden ruimte in het publiek debat over de nieuwe economie, het heeft altijd in de schaduw gestaan van zijn beroemde broer, het basisinkomen, dat zo heerlijk simpel en overzichtelijk is. In de hele academische literatuur zijn er maar vijf papers die het idee echt bespreken. Misschien is dat wel waarom ik erop aansloeg: participatie-inkomen is de underdog.

Hoe controleer je of iemand eigenlijk wel participeert?

Ja, dat is het ingewikkelde stuk. Dit is waar de meeste academici afscheid nemen, want hier wordt het praktisch en ingewikkeld, en minder elegant. Kort gezegd kun je dit op honderd verschillende manieren doen, heel strikt of heel losjes. Dat is een afweging, want hoe strikter je controleert, hoe meer je inbreuk maakt op iemand’s privacy. Maar het garandeert wel meer participatie. Hoe dan ook moet je wel iets met controle doen. Daar besteed ik ook een aparte sectie aan in het paper, met onder andere suggesties via spannende nieuwe technologie!

De oplossing van het basisinkomen, om gewoon nooit te controleren en mensen ook niet te vragen om iets te doen, dat vind ik te extreem. Dan kan je hele volksstammen krijgen die gewoon op de bank blijven hangen, zonder dat we daar iets aan kunnen doen. Dus we moeten ergens tussen “geen controle” en “UWV zit je op de hielen” in komen te zitten. Maar het blijft een lastige balans-oefening. Daar werk ik nu aan, om mogelijkheden uit te zoeken.

Hoe gaat dit onderzoek eruit zien in de komende maanden? 

Tot nu toe heb ik veel literatuuronderzoek gedaan, statistieken bij elkaar gezocht en me ingelezen. De komende maanden wil ik zo veel mogelijk in gesprek gaan. Met ambtenaren die werken rondom sociaal beleid, mensen die nu bijstand ontvangen, andere onderzoekers, en anderen die hier goede ideeën over hebben. Het participatie-inkomen is een hele nieuwe insteek en ik wil het onderzoek dan ook breed opzetten.

En als het onderzoeksrapport klaar is hoop ik dat het experimenten kan stimuleren. Ik zie een stap-voor-stap implementatieproces voor me. Begin met een klein, beperkt experiment, en als de mentaliteit en de nodige structuren zijn gevormd, kun je het breder maken. Voorlopig zouden we bijvoorbeeld kunnen beginnen met mensen die nu werkloos zijn, en die niet meer dwingen om meteen een baan te zoeken. Ze zouden ook tijd kunnen nemen om voor hun kinderen te zorgen of te werken voor iets dat hen aan het hart gaat maar geen geld heeft voor een salaris. De kern is simpel: maak het mogelijk dat mensen op een flexibeler manier bijdragen aan de samenleving.

Is er iets dat lezers van dit interview kunnen doen om je te helpen met het onderzoeksproject?

Jazeker! Bijvoorbeeld als je iemand kent die werkt in sociaal beleid, of iemand die onderzoek doet naar uitkeringen of werkloosheid, of die er op een andere manier verstand van heeft. Ik ben momenteel heel utopisch, dus het is hoog tijd dat ik meer over de praktijk te weten kom voordat ik dit onderzoek schrijf. En als je ideeën hebt hoe de controle eruit zou kunnen zien – hoe kunnen we op een sociale, menselijke en realistische manier checken of iemand participeert? Of, tot slot, vertel me wat je zou doen als jij een participatie-inkomen zou hebben!

Dus wil je meedenken of heb je goede contacten voor me, stuur een bericht, op rebecca.belochi@ourneweconomy.nl of  via twitter naar @RBelochi. Alleen, liefst wel in het Engels of Frans, want ik kom uit Frankrijk en mijn Nederlands ben ik nog aan het oefenen…ik woon hier pas drie jaar.

« Naar overzicht